Gemeenschappelijk Europees referentiekader

 

Gemeenschappelijk Europees referentiekader (ERK)

Het ERK, het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen heeft taalvaardigheden in afzonderlijke niveaus ingedeeld en vastgelegd aan welke criteria iemand moet voldoen om een bepaald niveau te bereiken. Deze norm is op voorstel van de Europese Raad ontwikkeld. De Duitse vertaling werd gelijktijdig met het Engelse origineel op de Europese Dag van de Talen in 2001 in Lund (Zweden) voorgesteld.

Hoe wordt taalkennis ingedeeld?

Er zijn in totaal drie niveaus: Basisgebruiker (A), Onafhankelijke gebruiker en Vaardige gebruiker (C). Elk taalniveau is nog eens onderverdeeld in twee vaardigheidsniveaus. De indeling baseert op de vier deelkwalificaties Leesvaardigheid, Luistervaardigheid, Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid en Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid. Eurotext is uitsluitend gespecialiseerd in vertalingen en dus hechten wij bij de betreffende taalniveaus de grootste waarde aan Leesvaardigheid en Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid.

Waarvoor wordt het referentiekader gebruikt?

De indeling van taalkennis in drie taalniveaus wordt op veel gebieden gebruikt: bijvoorbeeld op diploma’s van schoolverlaters, bij taalondersteuning in verband met werk of bij inburgeringscursussen, voor au pairs of voor gezinshereniging van niet-Duitse onderdanen. Het ERK helpt bij de toetsing en objectieve beoordeling van taalvaardigheden.

Waar geldt het referentiekader?

Het referentiekader is ontwikkeld door de Europese Raad en is zomede geldig in alle EU-landen. Het wordt echter ook buiten de EU gebruikt, bijvoorbeeld in Egypte, Japan, Canada, Korea, Colombia en de Filipijnen.


Taalniveau A
Basisgebruiker

A1
Beginner

  • Kan vertrouwde alledaagse uitdrukkingen en zeer eenvoudige zinnen begrijpen en gebruiken die gericht zijn op de bevrediging van concrete behoeften.
  • Kan zichzelf en anderen voorstellen en andere mensen vragen stellen over hun persoonlijke situatie – bijv. waar ze wonen, welke mensen ze kennen en welke dingen ze hebben – en kan op dergelijke vragen antwoord geven.
  • Kan op een eenvoudige manier communiceren als de gesprekspartners langzaam en duidelijk spreken en bereid zijn om te helpen.

A2
Basisprincipes

  • Kan zinnen en vaak gebruikte uitdrukkingen begrijpen die betrekking hebben op gebieden van zeer direct belang (bv. persoonlijke en familie-informatie, winkelen, werk, plaatselijke omgeving).
  • Kan communiceren in eenvoudige, routinematige situaties waarbij een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde en routinematige zaken aan de orde is.
  • Kan in eenvoudige bewoordingen eigen achtergrond en opleiding, onmiddellijke omgeving en zaken in verband met onmiddellijke behoeften beschrijven.

Taalniveau B
Onafhankelijke gebruiker

B1
Middelste niveau

  • Kan de hoofdpunten begrijpen wanneer duidelijke standaardtaal wordt gebruikt en wanneer vertrouwde zaken van werk, school, vrije tijd etc. worden behandeld.
  • Kan de meeste situaties aan die zich voordoen bij reizen in het taalgebied.
  • Kan zich eenvoudig en samenhangend uitdrukken over vertrouwde onderwerpen en persoonlijke interesses.
  • Kan ervaringen en gebeurtenissen, dromen, hoop en ambities beschrijven en korte redenen of verklaringen geven voor plannen en meningen.

B2
Goed middelste niveau

  • Kan de hoofdgedachten begrijpen van complexe teksten over zowel concrete als abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen op zijn/haar vakgebied.
  • Kan zo spontaan en vloeiend communiceren dat een normaal gesprek met moedertaalsprekers heel goed mogelijk is zonder veel inspanning van beide kanten.
  • Kan zich duidelijk en gedetailleerd uitdrukken over een breed scala van onderwerpen, een standpunt over een actueel onderwerp uiteenzetten en de voor- en nadelen van verschillende opties aangeven.

Taalniveau C
Vaardige gebruiker

C1
Gevorderde kennis

  • Kan een breed scala aan veeleisende, langere teksten begrijpen en de impliciete betekenis ervan bevatten.
  • Kan zich spontaan en vloeiend uitdrukken zonder vaker duidelijk herkenbaar naar woorden te moeten zoeken.
  • Kan de taal effectief en flexibel gebruiken in het sociale en beroepsleven of bij opleiding en studie.
  • Kan zich duidelijk, gestructureerd en gedetailleerd uitdrukken over complexe onderwerpen en daarbij op passende wijze gebruik maken van verschillende middelen om teksten met elkaar te verbinden.

C2
Uitstekende kennis

  • Kan bijna alles wat hij/zij leest of hoort moeiteloos begrijpen.
  • Kan informatie uit verschillende schriftelijke en mondelinge bronnen samenvatten en daarbij redenen en verklaringen in een coherente presentatie weergeven.
  • Kan zich spontaan, zeer vloeiend en exact uitdrukken en ook bij complexere onderwerpen de fijnere betekenisnuances duidelijk maken.